Babelstad 3

De favoriete zanger van Louis Ferdinand Céline.

Christus heeft aan het kruis een schimmelbleek gezicht. Als je aan twee spijkers drie uur gehangen hebt – de derde was min of meer een voetsteuntje – zie je er heel anders uit dan op schilderijen te zien is, maar goed: door zijn handwortelbeentjes werd zware, vierkante smeedijzeren spijker geslagen, het hout in. Christus en Maria huilen dikke tranen, de kerkbezoekers kijken onder het bidden gelukzalig, devoot naar de heilige beelden, lelijk of niet en naar de tranen die maar blijven vloeien: onbewogen bewegen. Ik herinner mij het zigeunerjongetje met traan dat thuis boven het massief licht eikenhouten buffet hing en waarop precies in het midden een vissenkom stond; maar dat was in de beslotenheid van de woonkamer; het weeskind, een zigeunerjongetje, een echte Bragolin, de lange zwarte wimpers en bolle wangen dat soort kinderen zie je hier ook, net als de gelaatsblikken van brutale zigeunervrouwen die ik lang geleden in films van Luis Buñuel zag. Je hebt mensen die goed kunnen huilen. Vooral als ze dronken zijn. Hun verdriet stroomt als zeikstralen uit hun ogen, ze zijn niet te stoppen en ze roepen, als hun stroom tranen dreigt te stoppen, nog meer ellende op die zij zelf of een familielid meegemaakt hebben: incest, kanker, armoe en natuurlijk de politieke ongelijkheid. Allemaal redenen om maar in een snik bui uit te varen op een oceaan aan verdriet. De ellende moet iedere keer weer opnieuw beginnen. De rest van de wereld laat hij nog even buiten de traanklieren. Door drank en mousserend huilen. Het zou niet misstaan tussen de zee aan tranen die hier in de kerk vloeit een beeltenis van hem op een sokkel te plaatsen met de tekst: Weltschmerz en het teleurgesteld vlees. Het nadeel is wel dat de persoon in kwestie níet over zichzelf hoeft na te denken want dan zal de tranenrivier uitdrogen en het doorweekte masker afvallen. Ik loop naar buiten het zonlicht in. Mijn huid tintelt. De geur van bloeiende sinaasappelbomen, de bougainvillea, margrieten en zoveel meer. Het is april. Ik daal de trappen af naar de babelstad. Wie ben ik?

Mijn gedachten banen zich schokkend een weg door de babelstad.  

@robert kruzdlo20121