Erwin Spits

Memorandum

Erwin Spits (1949 – 2021) zag ik voor het laatst eind 2019 bij zijn boekenstal in de Amsterdamse Oudemanhuispoort waar hij meer dan veertig jaar grinnikend als boekverkoper heeft gewerkt. Spleetogen, grijs haar, getekend met nog meer lijnen in zijn gelaat dan dertig jaar of langer geleden. Hij dacht dat ik een beroemde motorcrosser was en ik ontkende het niet, was blij om hem nog een keer gezien te hebben voor het nieuws van zijn verdwijning mij zou bereiken. Amsterdam was die dag wurgend druk dat fietsers zich niet of nauwelijks meer aan de regels hielden.

Veertig jaar geleden voetbalde ik bijna elke dag met Erwin en een groepje voetbal Vondelparkverslaafden. Regen, wind, sneeuw, modder of zomerse hitte, we bleven trappen tegen de bal. Met veel venijn soms ruzie achtig. Maar dan was er altijd Erwin die de heethoofden suste, zijn kleine glimmende pretoogjes kwamen hem daarbij goed van pas. Zijn stem, korte zinnen en met een goedheid waardoor de lol om te voetballen nooit afnam.

Een directeur van een kunstuitleen, een student filosofie, een muzikant, enige kunstenaars en mensen die toevallig voorbij kwamen. Een hecht groepje was het, jarenlang, verslaafd aan die ene plek, waar geen gras meer groeide, vlak bij het Kattenlaantje. Erwin kon schoffelen, harken en jolig schieten: altijd half gebogen alsof hij uit het struikgewas kroop. We werden geen vrienden, wel werd er nadien stevig gedronken in een café waar ik de naam van ben vergeten.

Met twee vrienden had ik ergens in 1975 op de Overtoom een huis gekraakt. In de kamer die ik bewoonde stond een enorme kast. Daarin sliep ik. Een keer is Erwin, met zijn voetbalschoenen nog aan op bezoek geweest; hij nam plaats op de enige stoel die er was. Een smile op zijn gezicht. We spraken weinig, lang zeiden we niets. Toen hij opstond zei hij: ‘Als je nog een boekje wil voor een piek dan zie ik je in de Poort’. Dat was alles.

Nu zegt hij niets meer, maar de herinneringen aan Erwin, al is hij een fantoom, spreken nog.

@Spanje Robert Kruzdlo 2021