Fleur Jaeggy

Geachte Fleur Jaeggy

“Who is speaking (or writing) to whom, in what context? It is difficult to answer these very basic pragmatic questions with respect to a poem”.

“Wie spreekt tegen wie – of schrijft aan wie, en in wat voor een context?

Het is moeilijk om deze nogal fundamentele pragmatische 

vragen te beantwoorden en tegelijkertijd het gedicht – kunstwerk – te respecteren”. 

Wat deze vraag kan verdiepen: wie spreekt de schrijver aan vóór hij maar een woord op papier heeft gezet. Ik ben met deze vraag lang bezig, omdat die stille stem, die de dichter aanspreekt, geen persoonsvorm heeft en ook geen ding is of een mannetje in het hoofd: talloos Homunculi. Hij springt over deze vraag: Übersprung. 

De dichter heeft er geen interesse in. Voor mij als kunstenaar is dit nu juist belangrijk; dit is mijn koers en soms lees ik het ook bij anderen: …hemelsbrede vraag die wij niet kennen, heel ons leven pennen we voort.

Achter de schrijver staat een niet-persoon mee te kijken, een taalloospersoon.

De niet-persoon ziet zichzelf niet in de spiegel. Er is geen afbeelding, zonder schaduw, zijn lichaam is dat hij strooit met emoties, gevoel en uiteindelijk tikt de dichter het uit.

De geest, die meekijkt kan ook. Het is zonder persoonlijk voornaamwoord, ook is het niet “de ander” – volgens Satre. Zelfs dacht ik even aan de heteroniemen, zoals de zesjarige Fernando Pessoa zijn eerste onbestaande kennis verzon – een zekere Chevalier de Pas, ‘in wiens naam ik brieven van hem aan mijzelf schreef: in mij was een meester verschenen’. Zonder de ik?

Grillig ontglipt een gedachte zonder vorm hem terwijl hij probeert die te begrijpen, schrijft je! (Fleur Jaeggy.)

…2020 Robert Kruzdlo