Twee zielen in een borst

Paul Hugo ten Hoopen in het midden Café Welling Amsterdam 1999. Rechts Robert Kruzdlo, links M.M. Haverkamp vertaalster Spaans Nederlands

Hopen op een democratisch Spanje

1999 Amsterdam. Met broze knieën, ver voorovergebogen over zijn wandelstok, Franse baret op, schreed de nu 93 jarige kunstschilder Paul Hugo ten Hoopen voorbij de ruit van café Welling. Ik stoof op en riep hem om binnen te komen: met een glimlach volgde hij mij naar mijn tafeltje. Nippend aan een glas wijn memoreerden we indachtig over vroeger.  

Omdat ik in Spanje woon herinnerde Paul al snel de periode als elfjarige knaap en ik herinnerde hem eraan, dat hij voor het studentenblad ‘De nieuwe ernst 1’ van de Rijksacademie in het jaar 1975 daarover een artikel geschreven had. 

Paul schildert nog steeds, al is het kleurenpalet wat somberder geworden maar de composities blijven ijzersterk. De vele details in een onderwerp kan hij subliem minimaliseren. Dat gaf hem gelegenheid de vlakken in prachtige pastelkleuren om te zetten. Hij was langdurig als docent verbonden aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam. Paul leermeester was Oscar Kokoschka en zijn held Picasso. Als dichter kon hij plotseling mijn atelier binnenstappen om een gedicht voor te dragen. 

“Ik was nog opmerkelijk jong toen in de zomer van 1936 in Spanje de opstand van generaals uitbrak met de bedoeling de vijf jaar oude republiek omver te werpen, daarmee begon een van de bloedigste oorlogen,” schreef Paul in 1975 in het studentenblad van de Rijksacademie. Ik wist toen nog niet dat ik later naar Spanje zou verhuizen en deze bloedige geschiedenis, overal opdook. Vooral in Catalonië. (Sinds 2005 woon ik o.a. in Spanje, Nederland en Amerika.)

“Links Nederland organiseerde “Hulp aan Spanje” en moeders breiden wollen sokken voor de armen en vluchtelingen uit Spanje en tastte diep in de werkelozen-portmonade: schalde uit het art-deco radiootje.”

Paul geniet van zijn glas wijn en de herinneringen over de Rijksacademie en dan komen we weer terug op Spanje en zijn burgeroorlog; over de veertigduizend vrijwilligers die zonder enige ervaring waarvan sommige nog nooit een schot hadden gelost – ook Amerikanen, Zwitsers, Engelse als Orwell etc. – een handje vol als je kijkt naar de aantal bezoekers van het Ajax stadion 54 duizend. 

Na de bloedige moordpartijen over en weer werd Franco op 1 april 1939 de overwinnaar. 

“Een groot gedeelte van het Spaanse volk,” zo is mijn vermoeden zegt Paul, “heeft Franco’s bewind innerlijk nooit geaccepteerd.” “Dat is in heel Spanje zo,” zeg ik, “de kerk, de conservatieven en de monarchisten; de rijken die niet aan politiek deden maar aan belastingontduiking en, de guardia civil waren allemaal op de hand van Franco. De arbeidersklassen, kunstenaars konden weinig beginnen tegen de controle machine van Franco.” Paul komt dichterbij: “Nu neem de Catalaanse familie Pujol? Euro 900.000 de Spaanse staat opgelicht.” “En wat te zeggen van ex-koning Juan Carlos (82).” “En in hun dubbelrollen, dubbelspionnen Josep Pla, Dali…, Catalanen, een pot nat, allen kleine Kim Philby’s” zeggen we in koor.*  

“Ja, de Catalaanse schrijver Josep Pla (1897 8 maart-1981 23 april.) kon er ook wat van,” zeg ik, “die at van twee walletjes, dat was toch ook een kleine fascist, net als Dali? En, ja, natuurlijk heb ik het huis van Pablo Casal bezocht. (29 december 1876 – Puerto Rico, 22 oktober 1973.) Picasso en zovele andere vluchtelingen wilde Casal ook niet terugkeren naar Spanje.” Paul kijkt mij vanachter zijn ronde brilletje met een brede glimlach aan: “Ken je het gedicht van Federico Garcia Lorca nog?” (Geboren 5 juni 1898 en vermoord op 18 augustus 1936.) Ik knik. “Een bekende in Andalusië,” zeg ik zacht, “en ook dat gedicht stond afgedrukt in ‘De nieuwe ernst 1’ weet je dat nog? Alweer 45 jaar geleden.” Hij knikt.

Ik zoek het gedicht op mijn iPhone op. Hieronder het gedicht van Federico García Lorca -die openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkwam- en in de vroege ochtend op 19 augustus 1936 door de Guardia Civil in Granada Andalusië vermoord werd. Een gedicht uit de jaren twintig:

Zij rijden op zwarte paarden

De ijzeren hoeven zwartgebrand.

Zwarte mantels, tot de kragen

Vlekken inkt, met wat geglansd.

Het lood van hun knekelkoppen

Is tegen tranen bestand.

Zo gaan de lakleren zielen

Van de garde door het land.

De nachtelijke bultenaren

Zaaien langs de huizenkant

Stilten van donkere rubber

En angsten van vlijmend zand.

Zij trekken door waar zij willen,

En bergen in hun verstand

Een wazige sterrenkunde

Van kogels zonder verband…

(Vertaling Gerard Diels.) 

Nog steeds is in Andalusië Federico García Lorca actueel: de beroemdste dichter van Spanje en alhoewel Franco zich niets kon herinneren toen hem gevraagd werd over de dood van Lorca, blijft Lorca het symbool voor heel Spanje, het symbool van verzet. Spanje zou zijn dossier over de moord op Federico García Lorca moeten openen.

Elk jaar worden de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog in alle Spaanse provincie herdacht. Ook in Andalusië waar ongeveer 50.000 slachtoffers sneuvelde en 702 massagraven met slachtoffers van het Franco-regime werden geopend.  Nu eindelijk is Franco’s graf in de Vallei der Gevallenen geruimd en elders begraven. Een schralen troost voor velen in Spanje.

Ook vertel ik aan Paul dat in 1985 samen met twee andere muzikanten voor de stomme film Un chien andaluo uit 1929 van Luis Buñuel filmmuziek geschreven heb -vriend van Dali en Lorca. Dat overvalt Paul, hij knikt vriendelijk. Spanje zat altijd al diep verankerd in mijn hoofd. 

Paul staat moeizaam op. Ik loop met hem mee tot zijn voordeur van zijn huis, niet ver van café Welling en als hij die geopend heeft nemen we afscheidt. Dit is inmiddels al weer 2 jaar geleden. 

Ik bedank hem om wat hij 45 jaar geleden de studenten van de Rijksacademie heeft willen meegegeven. Nu ik in Andalusië woon, een paar uur rijden van het Granada van Lorca, zoek ik het gedicht de profundis op -letterlijk: vanuit de diepten, een smeekbede van mens tot mens- van Federico García Lorca op:

In het Spaans

De profundis

Los cien enamorados

duermen para sieper

bajo la tierra seca. 

Andalucia tiene

Largos caminos rojos.

Córdoba, olivos verdes

Donde poner cien cruces,

Que los recuerden.

Los cien enamorados

Duermen para siempre.

In het Nederlands:

De profundis

De honderd geliefden

slapen voor altijd

onder de droge aarde.

Andalusië heeft

lange rode wegen.

Córdoba, groene olijfbomen

waar honderd kruisen staan

ter herinnering aan hen.

De honderd geliefden

Slapen voor altijd.

(Vertaling Margaretha Maria Haverkamp.)