Joseph Walter Kruzdlo

Joseph Walter Kruzdlo 1940

De dood van een grave digger

ROBERT KRUZDLO

Herinneringen gaan verder dan de gedachten aan de herinnering.

Tijdens de televisie-uitzending Memorial Day op 4 mei vroeg ik me af: hoeveel Amerikaanse soldaten zou mijn vader geïdentificeerd en herbegraven hebben? Mijn Amerikaanse vader was na de bevrijding van het Limburgse Margraten in 1944 daar op de Amerikaanse begraafplaats gestationeerd. Beroep: grave digger. Ik kan het hem niet meer vragen, hij stierf 25 jaar geleden.

“Je vader Joseph Walter… is met spoed opgenomen,” klonk het in de zomer van 1995 krakend door de telefoon. Halsoverkop nam ik het eerste vliegtuig naar Amerika, op JFK Airport was het snikheet en een gewone taxi was niet te krijgen. Daarom bracht een taxilimousine mij naar het ziekenhuis Wilkes-Barre, in Pennsylvania. Nog diezelfde dag stormde ik vaders verduisterde IC-kamer binnen. Plotseling verscheen vanuit het donker een vrouw, die tot mijn verbazing mijn uitgestoken hand weigerde en op mijn vraag wat ze hier deed hoofdschuddend, als een schim, met slaperige ogen de gang op trippelde. Ik sloot verbouwereerd de deur achter haar: zijn vaste anonieme ziekenbewaakster.

Boven vaders bed brandde een ielig bedlampje. Een bewasemd zuurstofmasker bedekte zijn blauwige gezicht, en vanonder de ziekenhuiskleding, met een enorm logo van het ziekenhuis, staken dunne donkerpaarse benen. Even knipperende hij met zijn wimpers. Het flitste door mij heen: er moet iets gebeuren, zo kan hij niet blijven vegeteren. Tot mijn grote schrik zag ik hoe er kakkerlakken over de vensterbank liepen. Dus met jouw handen heb jij, om je makkers te kunnen herbegraven, in de Limburgse aarde gedolven, realiseerde ik me weer. Pas nu kwamen de tranen. Kitscherig? Weggaan werd moeilijker dan naar binnen komen. Ik wilde een gesprek beginnen. Geen enkele andere reactie dan binnensmonds drie onverstaanbare woorden; hij verslikte zich er bijna in.

Plotseling klonk er een hoge pieptoon. Een verpleegster stormde de kamer binnen. Nerveus drukte zij op de display van het beademingsapparaat een aantal toetsen in, zuchtte diep en begon vaders lippen te deppen met in water gedoopte wattenstokjes: “Wilt u dit voor mij doen?” fluisterde zij. Onderwijl begon ze in een laatje te rommelen. “Hier,” zei ze gehaast, “voordat het gestolen wordt. En dit, zijn horloge en driehonderd dollar.” Vader bewoog niet.

De volgende dag prevelde vader vanachter het zuurstofmasker weer onbewogen de drie woorden. Hij wist het: ik heb genoeg beleefd. “Moedig van je, Joseph, je hebt Margraten, Vietnam, vervolgens Cambodja meegemaakt,” zei ik zacht in zijn oor. “Nooit heb je er iets over verteld, wil je…” Hij schudde het hoofd. “I wanna die,” klonk het onverhoeds helder en puntgaaf.

Eind negentiende eeuw waren vaders Poolse ouders geëmigreerd naar New Jersey City, mijn geboorteplaats. Tijdens de Tweede Wereldoorlog rondde hij een spoedopleiding grave digger af. In 1944 werd hij naar Margraten gestuurd, om duizenden gesneuvelde soldaten aan de hand van hun Dog Tag (identiteitsplaatje) te identificeren en in het register Grave Registration Company (GRC) bij te schrijven. Bij gebrek aan doodskisten werden de helden opnieuw begraven in matrashoezen. Tijdens zijn verblijf in Margraten ontmoette hij mijn moeder op het station.

Euthanasie of palliatieve sedatie was toen in Amerika, het land van ongekende mogelijkheden, niet mogelijk. Maar zijn euthanasiewens werd op een on-Amerikaanse manier gehonoreerd: hij kreeg toch het verlossende medicijn toegediend.

ARGUS Robert Kruzdlo (1949) is beeldend kunstenaar en auteur.

Vierentwintig keer per jaar ploft Argus op uw deurmat, voor maar tweeënvijftig euro. Wees verzekerd van Boerstoel en Dresselhuys, van Pauka, Rawie, Luijters, Ross en tientallen andere medewerkers die het niet kunnen laten. Voor hun lol. En voor de uwe.

Ga naar arguspers.nl