Cees Nooteboom

Tekening Robert Kruzdlo Cees Nooteboom 2020 Andalucía Spanje


Catalonië en haar onbegrensde irrationele genegenheid voor eigen streek. 

Cees Nooteboom een Nederlandse Europeaan krijgt de Spaanse Premio Formentor de las Letras-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Nomadisch, over Europa schrijvend, woont Cees Nooteboom in drie landen Duitsland, Menorca en Nederland. Voor zijn in het Spaans geschreven oeuvre ontvangt hij de Spaanse Premio Formentor de las Letras voor literatuur 2020 en het bedrag Euro 50.000. Cees Nooteboom, 86 jaar oud, is een overtuigd Europeanist.

Hij heeft zich op verschillende manieren uitgelaten over de Catalaanse nationalistische gevoelens en het streven naar een eigen land: gevoelens die niet gerationaliseerd kunnen worden, vind hij. Het streven naar onafhankelijkheid – binnen Europa – stemt Nooteboom treurig: “Het is tragisch wat er in Catalonië gebeurt,” zegt hij in een gesprek met El Pais.

Een Nederlandse schrijver die zich uitspreekt over de politieke situatie van Catalonië dat is bijzonder, vooral de manier waarop. Toen hem gevraagd werd wat hij van Catalonië en het uitroepen van de republiek vond, – die alleen in woord bestaat, niet grondwettelijk en door geen enkel Europees land erkend is, antwoordde hij ongeveer zo: Wat betreft het uitroepen van een fantoom-republiek gebaseerd op onzin en gevoelens die niet gerationaliseerd kunnen worden, en de vlucht van de Catalaanse ex-president Charles Puigdemont vormen geen goede basis vormt voor een verenigd Europa

Puigdemont is de “rattenvanger van Hamelen” en het ontbreekt vanuit Europa aan wijsheid, om Catalonië uit de verdrinkingsdood te helpen.

Ik ben verbaasd dat een Nederlander dit zegt. Nooteboom wist ook te vertellen dat als je op 1 oktober 2017 géén JA had gestemd, je een idioot was: Puigdemont en Catalonië hadden slimmer moeten zijn. 

Als Europa een lappendeken van kleine landjes wordt die zich willen afscheiden dan vernietig je daarmee het grote Europa, vind hij. Zo waarschuwt Nooteboom herhaaldelijk en reflecteert hij op een literaire manier, zoals de nomaden, Joyce en Triëst, Proust en Venetië, Diderot en Amsterdam, de Staël en Frankrijk, Sarraute en Parijs, en nog vele anderen die zich van geen grenzen aantrokken. Nooteboom, zo blijkt uit zijn verschillende interviews in El Pais: Ik houd van Spanje en het Castiliaanse, ik behoor ook tot Spanje tot Zuid-Amerika, al ben ik geboren in Nederlander, ik ben Europeaan.

Deze uitgesproken literaire gedachten van de Nederlandse schrijver Nooteboom worden door veel Catalanen gedeeld: Europa heeft de plicht de “rattenvanger van Hamelen” te stoppen met goed rationele argumenten. Fantoom republieken dragen niet bij tot het Europees gevoel van een eenheid. 

Artur Mas zei het zo: Het Catalanisme is gevoel en sentiment en is ook een manier… van politiek bedrijven. (2002.)

Als Catalonië zijn recht wil halen bij het Europesche parlement kan dit wel eens op een deceptie uitlopen.

 


Robert Kruzdlo

Andalusia Spanje

14 september 2020

Marieke Lucas Rijneveld zinnen…

Robert Kruzdlo tekening Marieke Lucas Rijneveld Andalucía Spanje 2020

Marieke Lucas Rijneveld wint de Booker Prize 2020.

gevangen tussen lijf
en wereld tussen wat
je ziet niet ziet hoort doof
gezang dat smelt aan de
horizon in de kern

vertwijfeld je wordt je bent weten wil o wie

@Robert Kruzdlo Andalucía Spanje 2020

Literatuur is Kwantummechanica

Tekening Robert Kruzdlo van Maxim Februari 2020 Andalucía Spanje

Maxim Februari winnaar P.C.Hoofd-prijs 2020 voor Letterkunde.

Het beeld kijkt naar u. Hij ziet u omdat u hem ziet.

Niets is waar of onwaar. Ze zijn alle twee waar. 

Het gebladerte zegt alles; alle boeken zijn gelezen

en vallen in de herfst.

In een lange gerekte stilte komt

alles tot stilstand.

Het ritselt nooit meer, alleen de hemel

zal beslissen waar…

De werkelijkheid kan je beschrijven, de werkelijke werkelijkheid niet.

Elke waarneming verandert de werkelijke werkelijkheid.

Er blijft maar een ding over voor de literatuur

dat is de werkelijkheid.

Impulsmomenten, drift, verstand

zijn twee dingen waartussen de mens staat: Tussenmens.

*

@robert kruzdlo 2020

Slavenhandel en Catalonië

Oorspronkelijk ontwerp la Sagrada Família (Basílica de la Sagrada Família.) Antoni Gaudi betaald met bloedgeld.

Catalanen die rijk zijn geworden door slavenhandel.

Op de keukenkast staan drie blikken met vier verschillende smaken koffie: Spaanse, Colombiaanse, Keniaanse en Braziliaanse koffie.

Vandaag Braziliaanse koffietijd. Op de achtergrond speelt Daniel Barenboim piano. Het is zondag en stil in de straat. De krekels slapen en ik heb de luiken gesloten tegen de zon. Het wordt 38 graden en het is september. 

Ik schreef zojuist: op de keukenkast staan vier blikken koffie…, maar mijn gedachten gaan meteen – of ik dit wil of niet – naar Gaudí een Catalaanse architect uit de 1900 eeuw en wel hierom: Parc Güell en “la Sagrada famíllia” zijn bekendste bouwwerken zijn betaald met bloedgeld. Catalanen zijn rijk geworden door slavenhandel.

Gaudi’s opdrachtgever Eusebi Güell was een van de vele Catalanen die hun fortuin hadden gemaakt door slavenhandel. Slaven gekocht in Afrika werden weer verkocht in Amerika. Uit de opbrengst werden modernistische ontwerpen gefinancierd, de stad Barcelona ging op de schop, allemaal betaald met geld van de slavenhandel. De Catalanen Eusebi net als zijn vader en schoonvader bepleiten de slavernij. 

Wie nu al dat moois wat Barcelona te bieden heeft gaat bekijken kan deze geschiedenis in zijn achterhoofd houden. 

De meeste Catalanen haatten Spanje, maar niet het werk van Gaudi: De vleermuis die vaak in het werk van Gaudi’s werk te zien is, was het symbool van de machtige koning Jaume van Spanje… .

De Catalaanse bourgeoisie is er nog steeds, opgeleid onder het Franco-regime. 

Zullen zij al dat moois wat is opgebouwd door bloedgeld afbreken?

Catalonië moet zijn verantwoording nemen en excuses aanbieden.


Robert Kruzdlo Andalucía Spanje 2020

Pau: waarom bouwen de Catalanen een muur om zich heen? Is een bunker niet genoeg?

Because my mouth is wide of laughter

You do not hear my inner cry.

Hughes Langston

De jonge Spanjaard-Catalaan Pau Marti ontmoette ik jaren geleden tijdens de vlucht van New York naar Barcelona. Hij muzikant-schrijver keerde na vijf jaar Amerika terug naar zijn Spanje, Catalonië. Amerika is nog steeds zijn grote inspiratiebron, als schrijver wil hij in Spanje beroemd worden. Genoeg ervaringen opgedaan in Amerika vond hij het is tijd om in zijn geboortestreek de provincie Gerona Catalonië zijn verhalen te vervolmaken. Alleen, hij had één probleem, een vervelend drukkend probleem…, hij wist niet in welke taal hij verder zou gaan schrijven, in het Spaans of Catalaans en bij welke uitgeverij hij zijn boek zal uitgeven: Catalaanse of Spaanse uitgeverij? (Hij is tweetalig opgevoed.) We spraken geregeld af in cafés in Barcelona, Gerona en jaren later in St. Feliu de Pallerols en steeds ging het over hoe netelig zijn probleem was: de tweetaligheid.  

In Barcelona, de tweetalige hoofdstad van Catalonië (Estat Català) dat in het noordoosten van Spanje ligt, is een meerderheid van de bevolking tegen onafhankelijkheid. In de stad wonen relatief veel niet-Catalanen: Spanjaarden uit andere delen van het land, maar ook veel buitenlanders. Vaak zijn zij helemaal niet voor afscheiding van Catalonië. Tegenstanders worden door ‘independentistas’ veelal afgedaan als fascisten.

Ik heb vaak geschreven over Catalonië en de tweetaligheid, objectiever dan ik geregeld lees in bijvoorbeeld de bijdragen van Lex Rietman in de De Groene Amsterdammer: ik ken alle lagen van de bevolking en als kunstenaar, schrijver, exposant weet ik dat niet iedereen koffie drinkt.  

De ‘independentistas’ , die alleen Catalaans willen spreken, zullen het nooit opgeven -zelfs al moeten ze droog brood eten, zeggen ze- en de voorstanders zijn inmiddels bewust dat de helft of een nipte meerderheid van de Catalaanse bevolking niet voldoende draagvlak heeft voor een onafhankelijke staat: toch noemen zij Catalonië een republiek.*

Al eerder werden pogingen ondernomen om Catalonië los te maken van Spanje. In 1641 riep Pau Claris i Casademunt de republiek uit, toen onder controle van Frankrijk; 1873 door Baldomer Lostau i Prats een proclamatie voor een Catalaanse staat, in 1931 door Francesc Macià i Llussà, in 1934 door Lluis Companys i Jover. In de Catalaanse taal. In 1975 werd Catalonië een autonome regio.

Eeuwen werd in alle kerken in Catalonië de mis in het Catalaans opgedragen. Dat was niet verboden. Eigenlijk werd overal, waar men wilde, het Catalaanse gesproken. Het Spaans, de officiële taal, spraken de meeste Catalanen thuis Catalaans. 42 jaar en sinds 1978 is het Catalaans op basis van artikel 3.2 van de Spaanse grondwet een officiële taal en gelijkwaardig aan het Spaans. Tweetaligheid Spaans en Catalaans, was heel normaal. (Vergelijk dit met het Fries en het Nederlands.)

In 1975 werd Catalonië een autonome regio, maar dat was voor vele Catalanen niet genoeg. Die onvrede uitte zich op 27 oktober 2017. Het Catalaanse Parlement riep Catalonië eenzijdig als een onafhankelijke, democratische en soevereine Catalaanse Republiek uit. De muur werd hoger opgetrokken. Een groep intelligenten en onverzettelijke Spaans-haters met een flinke dosis onderbuikgevoelens, zoals ik vaak heb geschreven, dat een genetische basis heeft, haalde alles uit de kast: zelfs Anna Frank werd er bijgehaald.

Na een onmogelijk referendum 27 oktober 2017, het eenzijdig uitroepen van de republiek Catalonië heeft tot nu toe niemand in Europa of daarbuiten de republiek Catalonië officieel erkend. Spanje, in de greep van de Catalaanse fantasme republiek kijkt toe, hoe de Catalaanse muur, het idee, het fantoom republiek Catalonië, standhoudt en verder wordt verstevigt. Ondanks de minderheid. 

Ik kan het weten.Sinds 1975 kwam ik geregeld in Catalonië. Later ging ik er wonen: Gerona, Salt, Portbou, Selva de Mar, Olot, maar nooit kon ik echt sympathie opbrengen voor de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring die op 27 oktober 2017 plaats vond. Overal werd overheersend Catalaans gesproken maar iedere Catalaan is en bleef/blijft tweetalig: Spaans en Catalaans. Toch werd mij opgedragen vooral Catalaans te spreken, want ik was in Catalonië en niet in Spanje. Dit voelde vaak als repressie. Stel je eens voor dat je in Friesland niet geholpen wordt omdat je geen Fries spreekt. 

De Catalanen hebben een hoge muur om hun fantoomgebied opgetrokken, rond een niet bestaande republiek, en vervolgens beweren zij dat de Spanjaarden een Chinese muur hebben gebouwd rond hun gebied: Spaanse repressie? (Repressie noemt men de matiging van de agressie ten gunste van de socialisatie.) Vanmorgen las ik hoe slecht Catalonië, economisch, onderwijs, zorg en sinds 2008 niet instaat om binnen hun fantoomrepubliek de gezondheidszorg te verbeteren, ervoor staat. (El Pais, La Vanguardia.) Ik zal het niet over de epidemie hebben.  

Een minderheid van de Catalanen hebben genen, hormonen en neurotransmitters die hun politieke wil sterk beïnvloedt en bepaalt. Sinds 1640 toen de Fransen onder Lodewijk de XIII uit Catalonië verdwenen waren, stond het genetisch vast dat de Catalaan een eigen gebied wilde, liefst met een denkbeeldige muur, om indringers te beletten hun akkers, havens en nijverheid te bezetten. De Catalaanse identiteit een sterk onderbuik verlangen, werd keer op keer de Catalaanse staat uitgeroepen, hun erfelijke, sterk emotionele aanleg, hield de illusie levend, zo is uitgekomen en bestaat het fantoomrepubliek Catalonië uit emoties. Tenminste dit zijn mijn gedachten, ik spreek hier voor mijzelf. En ik weet dat ik geen gelijk heb, mits straks de uitslag van een nieuwe stemming in Catalonië laat zien dat ik wel degelijk gelijk had: meerderheid voor samenwerking met Spanje is. Intelligentie moet het winnen van teveel aan emotie?        

Schrijvers hebben het er maar moeilijk mee.

Catalonië heeft zeven en een half miljoen inwoners, waarvan er, zoals gezegd, maar twee en een half miljoen zijn die het Catalaans als moedertaal spreken en schrijven. Volgens de statistieken, beheerste eind twintigste eeuw, zestig procent van hen het Catalaans redelijk tot goed. En vrijwel alle moedertaalsprekers van het Catalaans spreken ook uitstekend Spaans. De meeste Catalanen zijn, genetisch tweetalig. Dit zal nooit veranderen zegt Pau.

Het Catalaans is welbeschouwd maar een kleine taal. Het heeft vier miljoen moedertaalsprekers, waarvan er twee en een half miljoen in Catalonië rondlopen. Dat zo’n kleine taal een uitstekende literatuur met internationaal bekende kunstenaars heeft voortgebracht, zoals Joseph Pla, Salvador Dali, Antoni Gaudi, Joan Miró, Antoni Tàpies, Pablo Casals en ga zo maar door: allemaal wereldburgers.

Jaren later, sprak ik met Pau weer over zijn heikel probleem, de tweetaligheid. Hij weet het nog steeds niet of hij zijn boek in het Spaans of Catalaans zal publiceren. Spaans vindt hij vaak mooier, rijker, meer mogelijkheden om zijn gevoel te uiten dan het Catalaans en dat wreekt hem, omdat zijn familie, vrienden willen dat hij solidair moet zijn met de Catalaanse taal en ideologie. Tegenover mij heeft hij het over literatuur die geen land hoeft te vertegenwoordigen: de wereld liever. Hij voelt zich een wereldburger, houdt niet van opgesloten te worden door eisen van zijn moedertaal. Hij lijdt daaronder. En niet alleen Pau. 

Pau is geboren in een klein Spaans-Catalaans dorp. Op jonge leeftijd pleegde zijn vader zelfmoord. Op zijn twintigste vertrok hij als muzikant naar Hollywood, en obsessief dacht hij bekend te worden: welk teenager denkt dit niet. Hij dacht zijn vader te kunnen vergeven en het drama definitief achter zich te kunnen laten. Hij trouwde. Na vijf jaar keerde hij terug naar Spanje. Inmiddels schreef hij verhalen over Amerika, zijn mislukte huwelijk, depressies, de zelfmoord van zijn vader, zijn familie en cultuur, en, de wereld waarin hij leeft.

Zijn verhaal klinkt door op de literaire pagina’s van de Spaanse kranten. Hoe hij als Catalaan de wereldliteratuur leest, waardeert en bekritiseert en vooral hoe het op zijn Catalaans moet, hoe je het een Catalanen moet uitleggen en hoe de wereldliteratuur invloed heeft op het Catalaans: hoe hij en al die andere Catalaanse schrijvers beïnvloed zijn door de wereldliteratuur. Vooral niet als Spanjaard. Pau, leest de wereldliteratuur, in het Spaans: er is meer te vinden in het Spaans dan in het Catalaans, zegt hij. Boeken van de schrijvers als Doaa Al Zamel, Marx Communist Manifest, verdiept zich in het kinder-vluchtelingenprobleem en de verschillen tussen oost west, noord en zuid. Black and White. Leest de bijbel, Gita, Quran en Flaubert, Proust, Beauvoir, Sagan allemaal in de Spáánse vertalingen. Pau ervaart dat er een hek, een muur geplaatst is tussen het Catalaanse en het Spaanse literatuur. Hij zegt dat hij twee zielen in een zijn borst heeft: moedertaal Catalaans en het Spaans. Een Catalaan moet Catalaans denken en vooral dromen dat de taal, het Catalaans net zo rijk is als het Spaans of welke andere taal dan ook. Niet, …vindt hij. Hij wil geen repressie en onderdrukt worden door de eisen van de Catalaanse taal: weg van al de Catalaanse decadente repressies, zo noemt hij het. Wordt nu eens wakker intellectueel Catalonië!

Dus Pau blijft in beide talen zijn verhalen schrijven en als hij opzoek gaat naar een uitgever, dan blijft het een groot dilemma, wroeging als hij toch in zee gaat met een Spaanse uitgeverij. Zijn  familie vindt dat hij zich moet opofferen voor de familie-eer: heb je moedertaal lief en niet het Spaans. Catalonië is en blijft tweetalige provincie. Het heeft een unieke tweetalige literatuur. Of, zoals iemand schreef in El Pais en het probleem op typisch Spaanse wijze formuleerde: Zij lezen, schrijven en neuken in twee talen.

Het Catalaans en het Spaans heeft altijd onder spanning gestaan. Zo ken ik oudere mensen in Catalonië die nog steeds geen Catalaans kunnen lezen en schrijven: allemaal de schuld van Spanje, zeggen ze? ** Dat zij het zichzelf nooit hebben eigengemaakt geeft te denken als je weet -ik zeg nog maar een keer- dat in de rooms-katholieke kerkdienst en thuis altijd Catalaans gesproken werd, ook in de periode van Franco: de kerk had zieltjes nodig en het werd door Spanje nooit verboden. Tussen 1983 en 1993 werd het Catalaans ingevoerd op de scholen. Nu zijn er berichten dat het Spaans taalonderwijs langzaam aan het verdwijnen is en verhuizen families naar elders of het buitenland omdat hun kinderen geen goed Spaans onderwijs krijgen. 

Limburgers hebben zichzelf op een natuurlijke manier Limburgs geleerd, dat nog steeds niet op school gesproken mag worden, zelfs verboden op het schoolplein, maar…, vraagt Pau zich af, waarom hebben Catalanen zich met een beetje doorzettingsvermogen hun moedertaal in schrijven en lezen nooit eigen gemaakt? Zoals zij beweren: dat het verboden was en het de schuld van Spanje is? Ik begrijp Pau zijn schizoïde gevoel en denken. Hoe kan een intelligent iemand hiermee omgaan, vraag ik hem. Mijn voorbeeld, zegt Pau, is Thomas Bernhard en William Faulkner, daar vind je weinig geluk, gekanker, geen gemaaktheid, zonder compromissen en vooral…, zonder walging. De Catalanen zoeken in het genetische ongeluk hun intelligentie. 

Pau: maar thuis spraken we Catalaans en overal waar dat kon, alleen het werd vroeger niet onderwezen op school, zegt hij. Literatuur is altijd gebonden aan een dorp, vrienden en familie, maar echte literatuur heeft géén vaderland, literatuur gaat over de wereld, over alle mensen en niet over een genetische aanleg. Schrijven heeft niets met een land te maken, het land heeft met dubieus schrijven te maken. Wie vrij is heeft geen muur om zich heen nodig.

Waarom bouwen de Catalanen een muur om zich heen?

Pau, laat zich, ondanks de druk van zijn Catalaanse familie, vrienden en kennissen om vooral Catalaans te schrijven, lezen en denken, inspireren door de wereldliteratuur Frans Kafka, Fjodor Michajlovitsj Dostojevski, Gustave Flaubert, de Amerikaan William Faulkner, Nathalie Serraute, Lydie Salvayre enzovoorts.

Pau, is als tweetalige schrijver, verscheurd door de huidige politiek en culturele situatie en hij weet nog steeds niet hoe hij zijn familie moet uitleggen dat hij vooral kiest voor het Spaans. Er zijn bijvoorbeeld twee toonaangevende dichters, Pere Gimferrer en Joan Margarit, die zowel in het Catalaans als in het Spaans publiceren. Margarit heeft zelfs tweetalige bundels uitgegeven, waarin elk gedicht twee versies heeft: een in het Catalaans en een in het Spaans. Och er zijn meer voorbeelden te vinden: in het Catalaans voor de familie, vrienden en voor de centen in het Spaans, zegt Paul.

Ik zeg: Eduardo Mendoza is bekend geworden met zijn Catalaanse romans die zich zeer tastbaar in Barcelona afspelen, maar even gemakkelijk en virtuoos weet hij in ‘De neergang van Madrid de sfeer van schijnbaar iedere straatsteen en ieder café in Madrid op te roepen in het Spaans. ***

Het pijnlijk verschil tussen het Catalaans en het Spaans, moet je niet alleen voelen, zegt Pau. Het is een genetisch probleem, vertel ik hij, daardoor is het verwarrend en vooral de druk die hij vooral nu voelt, de sociale en politieke druk van de fantoom republiek der letteren, en, dat niet zo lang geleden verwoord werd door de gevluchte voormalige Catalaanse ex-president Puigdemont die in ballingschap in België leeft -in een artikel in El Pais- pleit voor een ‘intelligente’ democratische confrontatie met Spanje? Door de Spaanse repressie, zegt hij, heeft Spanje een muur gebouwd tussen Catalonië en Spanje, maar die heeft scheuren gekregen…, en omdat wij die muur gaan slechten, houdt dat het proces tot een erkenning en onafhankelijk vrij Catalonië levend. Wij zullen nooit buigen. (El Pais 22 augustus 2020.) En zo gaat het verhaal over de muur heen-en-weer. 

Paul: als Catalonië werkelijk onafhankelijk wordt blijf ik ook in het Spaans schrijven, want wie heeft hier nu een muur gebouwd? De muur aan beide zijden is misschien even sterk, dat is het dilemma van de genetische aanleg van de Catalaan: hij zal het nooit opgeven al loopt Catalonië zichzelf in de weg en tegen een muur op.

Ik moet denken aan Paulus die de dienstbaarheid der verderfenis, waaronder de ganse schepping zucht. Fantomen van het leven, hoe groot, sterk, schoonst en het edelst is gedoemd tot verdwijnen. Literatuur is de kracht die dit kan laten zien zonder muren op te trekken en er is er maar een stad, land en natuur, dat is de wereld en niet Catalonië of welk ommuurd land dan ook.

@Robert Kruzdlo 2020 Spanje.

Reageren: Walter.joseph.zlo@gmail.com

*Dank aan Annebeth Vis Barcelona Tips.

**Volgens gegevens uit 2001 van de statistische afdeling van de gemeente Barcelona begrijpt 95% van de bevolking in Barcelona het Catalaans, kan 74,6% het spreken, kan 75% het lezen en kan 47,1% het schrijven. 

***Mendoza brak internationaal door met De stad der wonderen (1985), dat wat mij betreft nog altijd dé roman over Barcelona is. De romans die de Barcelonese auteur daarna schreef, zijn ongelijk van kwaliteit. Nu eens trakteerde Mendoza op een verhaal waarvan je opveerde of zelfs een goed humeur kreeg, dan weer stelde hij teleur met een nogal bloedeloos boek. De neergang van Madrid (2010) is weer een hoogtepunt. Het oogt minder spectaculair dan De stad der wonderen maar doet daar nauwelijks voor onder. Het verhaal speelt zich af in de eerste helft van 1936, toen de politieke geschillen in de Spaanse hoofdstad Madrid steeds hoger opliepen en ten slotte helemaal uit de hand liepen en tot de Burgeroorlog leidden. Zoals gebruikelijk bij Mendoza is het verhaal doorspekt met ironie en slapstick, maar het gevoel dat je uiteindelijk bijblijft, is het treurigstemmende besef dat de mens een deerniswekkende stumper is die een potje maakt van de kleine geschiedenis van zijn eigen leven en van de grote geschiedenis van zijn land.

Catalanen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Catalanen

Anatta

Anatta, hoe breng ik mijn ochtend door.

Op dit moment mis je het overgrote deel van wat om je heen gebeurt. Terwijl ook de gebeurtenissen die zich binnen in je lichaam afspelen mist, en, je het recht toe-eigent om toe te slaan: de wereld uit te leggen hoe je moet leven. Belangrijker vindt dan de liefde om te moeten sterven. 

Hij wacht als een tijgermug om toe te slaan. Voor ik het weet begint hij te zeiken en slijmerige vragen te stellen. Hij kan mijn bloed drinken, vanonder mijn nagels zuigen. En dan die gespeelde glimlach. Zo onecht, dat je hem op zijn smoel wil slaan; met een doodsklap je eigen bloed afvegen. Hij heeft dorst dat kun je aan zijn geslijm afzien. Altijd heeft hij dorst. Hij laat het direct niet merken, geluid maakt hij nauwelijks maar, als er een fles wijn in de buurt, open is, dan begint hij op een truttige filosofische manier te lullen. Een grijns komt op zijn gezicht en zo afzichtelijke dat je hem het liefst tussen de tralies van 220 volt wilde roosteren, ssstttt. Altijd dat zelfde gezeik over het leven, de geest, het brein en als ik zeg dat hij meer dan honderdduizend Euro heeft uitgegeven om verlicht te worden door een of ander geestelijk gestoorde die uit het Oosten was ingevlogen: een peanuts voor hem, nog steeds…, nog steeds…is hij zoekende. Hij kan zich volzuigen met andermans sangria…, maar dat is ook alles. 

(Verslaafd aan abolitionisme likt hij het liefst alle kleine kontjes die over straat lopen.) 

Maar ho. Geld heeft ie niet. En als hij het heeft dan is het al uitgegeven aan de drank voor ik de voordeur opentrek. Daar staat ie met die stomme grijns en dat gezoem van hartelijkheden, geslijm zo smerig, dat hij op de wereld van de vuilnisbelt, ik hem niet eens meer ruiken kan. Zijn leven is leeg. Je kan nooit aan hem merken of hij het nu wel of niet meent wat hij zegt. Hij zegt gewoon, de woorden komen stoned uit zijn mond. Een horzel is er niets bij. Een horzel van een wijf is ie. Zijn familie wil hem niet in de buurt hebben. Hij is volledig vastgelopen in het getetter, gezoem over het leven.

En daar staat ie dan te dreunen, te heisen, wachten op een veilige landing waar hij zich weer kan laten vollopen. Zeiken, tot ze hem weer de kroeg uit gooien. Wat een bijzonder mens. Ik meen het, hij is een heel bijzonder mens. Totaal overbodig maar uniek, fijnzinnig, lief en begripvol. Een echt open mens, maar wacht als hij je voelt en je kan drinken, zeg ik je: het hindert niet, je bent welkom, helemaal, zoals je bent. 

Stel dat de tijgermug mijn bloed had gedronken en de dokter had gevraagd om het gif uit mijn lijf te laten verwijderen. Stel dat ik dat niet wil want dat gif is hij en ik wil hem beter leren kennen. Ik wil weten waarom hij daar zit te wachten, wie zijn moeder is, wat zijn liefde is, waarom hij gewelddadig en unfaithful is, waarom hij NU mijn bloed wel drinken kan, ik zou sterven. Nee ik sla hem niet dood met woorden.

Er zijn dus geen vragen nog antwoorden.

Hij is er nog, ergens wacht hij. Gelukkig een paar duizend kilometer hier vandaan. Hij verteld weetjes over een nog erger bloeddorstig monster het Cvirus: daar weet hij immers alles van. Per slot gaat het om de vrijheid. Geef hem eens ongelijk. Onvrij voelt hij zich zo-wie-zo.

Ik overleef door waakzaamheid.

(Dit hoofdstuk kwam geheel zonder mij tot stand, sneller dan het licht ingestraald. Ik ben hier niet verantwoordelijk voor. Ook niet degene die het mij verteld heeft.)

@robert kruzdlo Spain 2020

Twee zielen in een borst

Paul Hugo ten Hoopen in het midden Café Welling Amsterdam 1999. Rechts Robert Kruzdlo, links M.M. Haverkamp vertaalster Spaans Nederlands

Hopen op een democratisch Spanje

1999 Amsterdam. Met broze knieën, ver voorovergebogen over zijn wandelstok, Franse baret op, schreed de nu 93 jarige kunstschilder Paul Hugo ten Hoopen voorbij de ruit van café Welling. Ik stoof op en riep hem om binnen te komen: met een glimlach volgde hij mij naar mijn tafeltje. Nippend aan een glas wijn memoreerden we indachtig over vroeger.  

Omdat ik in Spanje woon herinnerde Paul al snel de periode als elfjarige knaap en ik herinnerde hem eraan, dat hij voor het studentenblad ‘De nieuwe ernst 1’ van de Rijksacademie in het jaar 1975 daarover een artikel geschreven had. 

Paul schildert nog steeds, al is het kleurenpalet wat somberder geworden maar de composities blijven ijzersterk. De vele details in een onderwerp kan hij subliem minimaliseren. Dat gaf hem gelegenheid de vlakken in prachtige pastelkleuren om te zetten. Hij was langdurig als docent verbonden aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam. Paul leermeester was Oscar Kokoschka en zijn held Picasso. Als dichter kon hij plotseling mijn atelier binnenstappen om een gedicht voor te dragen. 

“Ik was nog opmerkelijk jong toen in de zomer van 1936 in Spanje de opstand van generaals uitbrak met de bedoeling de vijf jaar oude republiek omver te werpen, daarmee begon een van de bloedigste oorlogen,” schreef Paul in 1975 in het studentenblad van de Rijksacademie. Ik wist toen nog niet dat ik later naar Spanje zou verhuizen en deze bloedige geschiedenis, overal opdook. Vooral in Catalonië. (Sinds 2005 woon ik o.a. in Spanje, Nederland en Amerika.)

“Links Nederland organiseerde “Hulp aan Spanje” en moeders breiden wollen sokken voor de armen en vluchtelingen uit Spanje en tastte diep in de werkelozen-portmonade: schalde uit het art-deco radiootje.”

Paul geniet van zijn glas wijn en de herinneringen over de Rijksacademie en dan komen we weer terug op Spanje en zijn burgeroorlog; over de veertigduizend vrijwilligers die zonder enige ervaring waarvan sommige nog nooit een schot hadden gelost – ook Amerikanen, Zwitsers, Engelse als Orwell etc. – een handje vol als je kijkt naar de aantal bezoekers van het Ajax stadion 54 duizend. 

Na de bloedige moordpartijen over en weer werd Franco op 1 april 1939 de overwinnaar. 

“Een groot gedeelte van het Spaanse volk,” zo is mijn vermoeden zegt Paul, “heeft Franco’s bewind innerlijk nooit geaccepteerd.” “Dat is in heel Spanje zo,” zeg ik, “de kerk, de conservatieven en de monarchisten; de rijken die niet aan politiek deden maar aan belastingontduiking en, de guardia civil waren allemaal op de hand van Franco. De arbeidersklassen, kunstenaars konden weinig beginnen tegen de controle machine van Franco.” Paul komt dichterbij: “Nu neem de Catalaanse familie Pujol? Euro 900.000 de Spaanse staat opgelicht.” “En wat te zeggen van ex-koning Juan Carlos (82).” “En in hun dubbelrollen, dubbelspionnen Josep Pla, Dali…, Catalanen, een pot nat, allen kleine Kim Philby’s” zeggen we in koor.*  

“Ja, de Catalaanse schrijver Josep Pla (1897 8 maart-1981 23 april.) kon er ook wat van,” zeg ik, “die at van twee walletjes, dat was toch ook een kleine fascist, net als Dali? En, ja, natuurlijk heb ik het huis van Pablo Casal bezocht. (29 december 1876 – Puerto Rico, 22 oktober 1973.) Picasso en zovele andere vluchtelingen wilde Casal ook niet terugkeren naar Spanje.” Paul kijkt mij vanachter zijn ronde brilletje met een brede glimlach aan: “Ken je het gedicht van Federico Garcia Lorca nog?” (Geboren 5 juni 1898 en vermoord op 18 augustus 1936.) Ik knik. “Een bekende in Andalusië,” zeg ik zacht, “en ook dat gedicht stond afgedrukt in ‘De nieuwe ernst 1’ weet je dat nog? Alweer 45 jaar geleden.” Hij knikt.

Ik zoek het gedicht op mijn iPhone op. Hieronder het gedicht van Federico García Lorca -die openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkwam- en in de vroege ochtend op 19 augustus 1936 door de Guardia Civil in Granada Andalusië vermoord werd. Een gedicht uit de jaren twintig:

Zij rijden op zwarte paarden

De ijzeren hoeven zwartgebrand.

Zwarte mantels, tot de kragen

Vlekken inkt, met wat geglansd.

Het lood van hun knekelkoppen

Is tegen tranen bestand.

Zo gaan de lakleren zielen

Van de garde door het land.

De nachtelijke bultenaren

Zaaien langs de huizenkant

Stilten van donkere rubber

En angsten van vlijmend zand.

Zij trekken door waar zij willen,

En bergen in hun verstand

Een wazige sterrenkunde

Van kogels zonder verband…

(Vertaling Gerard Diels.) 

Nog steeds is in Andalusië Federico García Lorca actueel: de beroemdste dichter van Spanje en alhoewel Franco zich niets kon herinneren toen hem gevraagd werd over de dood van Lorca, blijft Lorca het symbool voor heel Spanje, het symbool van verzet. Spanje zou zijn dossier over de moord op Federico García Lorca moeten openen.

Elk jaar worden de slachtoffers van de Spaanse Burgeroorlog in alle Spaanse provincie herdacht. Ook in Andalusië waar ongeveer 50.000 slachtoffers sneuvelde en 702 massagraven met slachtoffers van het Franco-regime werden geopend.  Nu eindelijk is Franco’s graf in de Vallei der Gevallenen geruimd en elders begraven. Een schralen troost voor velen in Spanje.

Ook vertel ik aan Paul dat in 1985 samen met twee andere muzikanten voor de stomme film Un chien andaluo uit 1929 van Luis Buñuel filmmuziek geschreven heb -vriend van Dali en Lorca. Dat overvalt Paul, hij knikt vriendelijk. Spanje zat altijd al diep verankerd in mijn hoofd. 

Paul staat moeizaam op. Ik loop met hem mee tot zijn voordeur van zijn huis, niet ver van café Welling en als hij die geopend heeft nemen we afscheidt. Dit is inmiddels al weer 2 jaar geleden. 

Ik bedank hem om wat hij 45 jaar geleden de studenten van de Rijksacademie heeft willen meegegeven. Nu ik in Andalusië woon, een paar uur rijden van het Granada van Lorca, zoek ik het gedicht de profundis op -letterlijk: vanuit de diepten, een smeekbede van mens tot mens- van Federico García Lorca op:

In het Spaans

De profundis

Los cien enamorados

duermen para sieper

bajo la tierra seca. 

Andalucia tiene

Largos caminos rojos.

Córdoba, olivos verdes

Donde poner cien cruces,

Que los recuerden.

Los cien enamorados

Duermen para siempre.

In het Nederlands:

De profundis

De honderd geliefden

slapen voor altijd

onder de droge aarde.

Andalusië heeft

lange rode wegen.

Córdoba, groene olijfbomen

waar honderd kruisen staan

ter herinnering aan hen.

De honderd geliefden

Slapen voor altijd.

(Vertaling Margaretha Maria Haverkamp.)

Neerlandistiek plaats tekeningen van Robert Kruzdlo

Inmiddels heb ik meer dan 100 tekeningen van Nederlandse schrijvers gemaakt. Het zullen er 260 worden, dan is het genoeg. De tekeningen zijn gemaakt met Oost-Indische inkt op 200 grams papier. In 2008 exposeerde de stad Girona Spanje 80 portretten van mijn hand. Een selectie uit 200 portretten. Casa de Cultural vertaalde in het Catalaans een poëzie album: Filosoof. Geregeld exposeer ik in Girona in het kleinste culturele café van de stad El Café. Girona is nu erg gericht op de politiek en wil een republiek worden. 43 procent is voorstander voor afsplitsing van Spanje. Ik ken de Gironins. Redenen die moeilijk te begrijpen zijn. Eigenlijk gaat het om geld, taal, cultuur en de politieke bemoeienissen van Spanje. Niet lekker om te wonen in een land dat via een referendum denkt aan te kunnen tonen dat de meerderheid tegen Spaanse overheersing is. Volgens mij is het een genetische aanleg om tegen Spanje te zijn en niet zozeer het verlangen naar meer vrijheid: als die er was, de vrijheid onder de Catalanen, had Catalonië er heel anders uit gezien.

(Informatie: walter.joseph.zlo@gmail.com)

J.M.A. Biesheuvel 23 mei 1939 – 30juli 2020 inkt Robert Kruzdlo

Joseph Walter Kruzdlo

Joseph Walter Kruzdlo 1940

De dood van een grave digger

ROBERT KRUZDLO

Herinneringen gaan verder dan de gedachten aan de herinnering.

Tijdens de televisie-uitzending Memorial Day op 4 mei vroeg ik me af: hoeveel Amerikaanse soldaten zou mijn vader geïdentificeerd en herbegraven hebben? Mijn Amerikaanse vader was na de bevrijding van het Limburgse Margraten in 1944 daar op de Amerikaanse begraafplaats gestationeerd. Beroep: grave digger. Ik kan het hem niet meer vragen, hij stierf 25 jaar geleden.

“Je vader Joseph Walter… is met spoed opgenomen,” klonk het in de zomer van 1995 krakend door de telefoon. Halsoverkop nam ik het eerste vliegtuig naar Amerika, op JFK Airport was het snikheet en een gewone taxi was niet te krijgen. Daarom bracht een taxilimousine mij naar het ziekenhuis Wilkes-Barre, in Pennsylvania. Nog diezelfde dag stormde ik vaders verduisterde IC-kamer binnen. Plotseling verscheen vanuit het donker een vrouw, die tot mijn verbazing mijn uitgestoken hand weigerde en op mijn vraag wat ze hier deed hoofdschuddend, als een schim, met slaperige ogen de gang op trippelde. Ik sloot verbouwereerd de deur achter haar: zijn vaste anonieme ziekenbewaakster.

Boven vaders bed brandde een ielig bedlampje. Een bewasemd zuurstofmasker bedekte zijn blauwige gezicht, en vanonder de ziekenhuiskleding, met een enorm logo van het ziekenhuis, staken dunne donkerpaarse benen. Even knipperende hij met zijn wimpers. Het flitste door mij heen: er moet iets gebeuren, zo kan hij niet blijven vegeteren. Tot mijn grote schrik zag ik hoe er kakkerlakken over de vensterbank liepen. Dus met jouw handen heb jij, om je makkers te kunnen herbegraven, in de Limburgse aarde gedolven, realiseerde ik me weer. Pas nu kwamen de tranen. Kitscherig? Weggaan werd moeilijker dan naar binnen komen. Ik wilde een gesprek beginnen. Geen enkele andere reactie dan binnensmonds drie onverstaanbare woorden; hij verslikte zich er bijna in.

Plotseling klonk er een hoge pieptoon. Een verpleegster stormde de kamer binnen. Nerveus drukte zij op de display van het beademingsapparaat een aantal toetsen in, zuchtte diep en begon vaders lippen te deppen met in water gedoopte wattenstokjes: “Wilt u dit voor mij doen?” fluisterde zij. Onderwijl begon ze in een laatje te rommelen. “Hier,” zei ze gehaast, “voordat het gestolen wordt. En dit, zijn horloge en driehonderd dollar.” Vader bewoog niet.

De volgende dag prevelde vader vanachter het zuurstofmasker weer onbewogen de drie woorden. Hij wist het: ik heb genoeg beleefd. “Moedig van je, Joseph, je hebt Margraten, Vietnam, vervolgens Cambodja meegemaakt,” zei ik zacht in zijn oor. “Nooit heb je er iets over verteld, wil je…” Hij schudde het hoofd. “I wanna die,” klonk het onverhoeds helder en puntgaaf.

Eind negentiende eeuw waren vaders Poolse ouders geëmigreerd naar New Jersey City, mijn geboorteplaats. Tijdens de Tweede Wereldoorlog rondde hij een spoedopleiding grave digger af. In 1944 werd hij naar Margraten gestuurd, om duizenden gesneuvelde soldaten aan de hand van hun Dog Tag (identiteitsplaatje) te identificeren en in het register Grave Registration Company (GRC) bij te schrijven. Bij gebrek aan doodskisten werden de helden opnieuw begraven in matrashoezen. Tijdens zijn verblijf in Margraten ontmoette hij mijn moeder op het station.

Euthanasie of palliatieve sedatie was toen in Amerika, het land van ongekende mogelijkheden, niet mogelijk. Maar zijn euthanasiewens werd op een on-Amerikaanse manier gehonoreerd: hij kreeg toch het verlossende medicijn toegediend.

ARGUS Robert Kruzdlo (1949) is beeldend kunstenaar en auteur.

Vierentwintig keer per jaar ploft Argus op uw deurmat, voor maar tweeënvijftig euro. Wees verzekerd van Boerstoel en Dresselhuys, van Pauka, Rawie, Luijters, Ross en tientallen andere medewerkers die het niet kunnen laten. Voor hun lol. En voor de uwe.

Ga naar arguspers.nl